Biologisch bestrijden Duponcheliamot

19-10-2021    08:56   |    Goedemorgen

De Duponcheliamot (Duponchelia fovealis) is een bekende en hardnekkige plaag in de sierteelt. Eén bevrucht vrouwtje kan wel 200 eieren leggen! Ze verkiest dichte gewassen, waarin de rupsen zich goed kunnen verschuilen. Juist daarom is het ook zo moeilijk deze plaag aan te pakken. Gelukkig kan je op de biologische bestrijding van Biobest rekenen, zo laat de gewasbeschermingsspecialist weten.

Vooral telers van Kalanchoë, Begonia en Cyclamen zijn bekend met de schade die Duponchelia kan aanrichten. Eerst alleen in Zuidoost-Europa, maar tegenwoordig ook in West-Europa en Noord-Amerika.

Hongerige rupsen
De rupsen zijn het schadelijkst. Ze zoeken plaatsen met een hoge luchtvochtigheid op en zijn meestal te vinden aan de onderkant of middenin de plant. Daar vreten ze aan de basis van de stengel, de wortelhals en de bladeren, maar ze kunnen zich ook in de stengel boren. Bij potplanten zijn rupsen aangetroffen die zich aan de wortels tegoed deden. Beschadigde planten verwelken en schimmelziekten dringen binnen via de wondjes.

Herken de plaag
De volwassen motten kunnen uitstekend vliegen en verspreiden zich makkelijk in het gewas. Je herkent ze aan hun licht- tot donkerbruine kleur met crèmekleurige strepen op het achterlijf, dat omhoog gebogen is. De vleugels hebben een spanwijdte van 9 tot 12 mm en zijn wit met een spiraalvormige streep.
 
Zoals gezegd kan een vrouwelijke Duponchelia ongeveer 200 eitjes leggen. Deze zijn klein - slechts 0,5 mm lang – en vind je vooral aan de basis van bladeren of in de buurt van nerven onderaan de stengels. Na ongeveer 8 dagen komen ze uit. De rupsen (larven) zijn 20 tot 30 mm lang, crèmekleurig en glanzend met een donkere kop en bruine, ronde dorsale vlekken op hun lichaam. Ze blijven meestal goed verborgen in het gewas.

Na vier weken zijn de rupsen volgroeid en verpoppen ze zich. De poppen zitten in cocons met een lengte van 15 tot 20 mm. Ook deze zijn lastig te vinden. De cocons liggen meestal verstopt onder substraatdeeltjes. Het duurt 1 tot 2 weken voordat de volwassen mot tevoorschijn komt. Deze kan dan nog eens 2 weken leven.

Monitoren
Controleer het gewas nauwkeurig en consequent op de aanwezigheid van Duponchelia, zo adviseert Biobest. "Om volwassen motten te monitoren, kun je vertrouwen op Biobests’ feromoonvallen zoals de Delta Trap. Sommige telers gebruiken simpelweg een gele vangplaat. Plaats deze horizontaal in het gewas of gebruik samen met het feromoon."

Bestrijden
Om de Duponcheliamot te bestrijden, kunnen verschillende biologische middelen ingezet worden. Rupsen in het substraat bestrijd je het beste met Carpocapsae-System. "Deze Steinernema-aaltjes breng je aan op het substraat en de kraag van de plant. Daarnaast zijn ook Hypoaspis-System en Atheta-System geschikt. Beide bestrijden de eitjes en jonge larven van Duponchelia. Introduceer de roofmijt en bodemroofkever samen op het substraat."


Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties

Reageer op dit bericht

Meer nieuws